| Redactioneel - De ontwerper, het vogelbekdier en een catalogus met surprise-eieren
door
Timo de Rijk
In elke volwassen discipline wordt het debat over het vak gevoerd door mensen uit het vak zelf. Artsen formuleren de ideeën omtrent de gezondheidszorg en civiele ingenieurs steggelen over de manieren om bruggen te bouwen. Een dergelijk debat heeft dan ook vaak een duidelijk probleem als onderwerp en het is een gezamenlijke uitdaging om linksom of rechtsom een oplossing te vinden. En dat lukt meestal het beste als uitsluitend vakmensen zich met de discussie bemoeien. In de ontwerpwereld ligt dat allemaal een beetje anders. De standpunten van ontwerpers hebben er niet als doel kennis uit te wisselen of serieuze standpunten te verdedigen. Het ‘designdebat’ bestaat voor een groot gedeelte uit de persoonlijke meningen van ontwerpers en die ventileren zij hoofdzakelijk met ontwerpen en niet met een goed doortimmerde tekst of discussie. In de wereld van degenen die zich niet op hun auteurschap laten voorstaan, zoals veel ontwerpers van industriële producten of interfaces, daar bestaat vaak helemaal geen serieus debat. Ontwerpers en iedereen die ermee te maken heeft, zijn zich nauwelijks bewust van zoiets als een vakdiscours. Een historische dimensie bestaat vaak helemaal niet en jargon en argumentatie worden meestal aan de doelstellingen van de praktijk ontleend: economische haalbaarheid, functionaliteit, of wat dan ook. Het karakter van de intellectuele bespiegeling kan nog het best omschreven worden als ‘vernacular’: een onbewust gemotiveerde overtuiging ten aanzien van een evolutionair getinte verbetering van het eindproduct. | |